Hitchcock en de zondebok

 

Unknown

Valselijk beschuldigd worden is zo’n beetje het meest ontregelende, zo niet traumatische wat een mens kan overkomen. En zeker als iédereen tegen je is en zéker als verdachte in een strafzaak. Het overkwam ook Emmanuel “Manny” Balestrero, een nachtclub muzikant in New York, die in 1951 werd beschuldigd van een overval op een verzekeringskantoor. Als gevolg van zijn ‘herkenning’ (zie foto) bij een bezoek aan het kantoor, zijn aanhouding ’s nachts op straat en dagenlange opsluiting verliest zijn vrouw Rose haar verstand en wordt opgenomen in een gekkenhuis. Hijzelf is er ook erg slecht aan toe. Een paar weken later wordt de werkelijke dader per toeval gepakt en ontsnapt Manny aan een jarenlange gevangenisstraf. In huize Balestrero blijft het echter nog lange tijd grimmig, omdat ook Rose inmiddels haar twijfels heeft… De beschuldigingen zijn onderhuids gaan woekeren.

images-2

Hitchcock, gefascineerd door ‘het onschuldige slachtoffer’, verfilmde het verhaal met als titel ‘The Wrong Man’. Hij onthult de zondebok (“Manny”) niet zoals in andere films aan het eind of terloops maar laat alle acteurs het hele mechanisme uit de doeken doen, zoals het ook gíng. De film suggereert dat Balestro een slachtoffer is van mimetische begeerte: besmetting van gewelddadige, wraakzuchtige en ijdele verlangens en niet zozeer het slachtoffer is van ‘de verkeerde persoon op de verkeerde plaats’. Verlangens die worden gevoed door ‘indifferentie’ (gelijkheid), waarover straks meer, beloven weinig goeds, zo blijkt. Dit goed uitgewerkte thema sluit naadloos aan op ‘de zondebok’ van René Girard. Hitchcock gebruikt hierbij twee invalshoeken. Enerzijds de -valse- beschuldiging die in beweging wordt gezet door existentiële verdenkingen en angsten van de medewerksters van het kantoor en anderzijds de overname van deze verdenkingen en angsten door een opsporingsapparaat dat gerationaliseerd, legitiem en sociaal goedgekeurd geweld toepast. Girard zegt in zijn boek Violence and the Sacred: “the judicials system both reveals and conceals its resemblance to vengeance”.

De vraag is natuurlijk hoe Manny de overvaller wérd. Hoe werd het mechanisme in beweging gezet? Je kan zeggen, hij leek erg op de echte overvaller (links op de foto uit Life Magazine). Maar niet zodanig dat dit de enige verklaring voor de ‘verwisseling’ kan zijn geweest.  Het meest waarschijnlijk is dat de medewerksters van het bureau een herhaling van de gebeurtenis vreesden. De angst kon weer in balans worden gebracht met de ‘vondst’ van de misdadiger en via een patroon van mimetische prikkels raakten ze daadwerkelijk overtuigd van hun dader. Deze vorm van framing benadrukt dat hun verlangens niet autonoom waren, maar dat ze angst en spanningen deelden: de angst voor herhaling en het verlangen naar genoegdoening.

Ook de ondervragers wisselen blikken van verstandhouding uit in de film die wijzen op mimetische prikkels en hun vastberadenheid ‘hun man’ te pakken. Dit gaat zelfs zo ver dat ze hem wel 20 keer het overvalbriefje laten schrijven en deze vergelijken met die van de echte overvaller, net zo lang tot hij dezelfde fout maakt en ook ‘cash draw’ opschrijft in plaats van ‘cash drawer’. Het idee van toeval is verdwenen in het zicht van een veroordeling.

Balestrero mug shot

Als het mechanisme wordt onthuld spreken we van onschuld, en is de zondebok van een aan ‘een’ misdadiger gelijk getrokken persoon weer ‘different’ voor zichzelf geworden (zo beschrijft Manny het zelf), maar tot die tijd zijn alle vervolgers ziende blind voor de waarheid, als die al bovendrijft. De mate van onschuld is wat dat betreft geen graadmeter voor de geloofwaardigheid van bewijsmiddelen. Lucia de B. bleek onschuldig, terwijl er (juist!) grote bewijskracht aan de bewijsmiddelen werd toegeschreven. Lucia de B. is een mooi voorbeeld van een klassieke zondebok buiten en in de rechtszaal. De vrees voor deze ‘engel des doods’ kleurde alle feiten en belemmerde de waarheidsvinding. Zelfs wetenschappelijk bewijs werd onjuist geïnterpreteerd.

Hoe is dat eigenlijk te verklaren, dat er ook harde bewijzen tegen een onschuldig slachtoffer zijn? Het toeschrijven van een misdaad aan een onschuldig slachtoffer is vaak niet arbitrair en zonder motief, moet je maar denken, maar een reactie op iets anders. De stellige overtuiging onder getuigen (daar begint het vaak mee) en opsporingsambtenaren, die vervolgens het spoor vastberaden volgen, zijn cruciaal voor het in gang zetten en instandhouden van het mechanisme. Ook in het geval van Manny, wezen alle getuigen hem aan als de dader. En dat hij in een nachtclub werkte kon erop wijzen dat hij misschien gokschulden had. Terwijl hij juist elke avond keurig de metro terug naar vrouw en kinderen nam.

De blindheid erachter fascineert mij het meest. Mensen kunnen soms reageren op negatieve ervaringen door ‘scapegoating’.  De directe oorzaak van dit gevaar schuilt achter het uiteenvallen van een sociale orde, door indifferentatie als gevolg van een plaag, oorlog, hongersnood of een andere collectieve ramp. Zelfs collectieve ontevredenheid, zonder aanwijsbare reden kan genoeg zijn. Zolang individuele verschillen tussen mensen maar ‘waardeloos’ worden, dan wordt het tricky. De sociale orde kan een heel land zijn, maar zich ook beperken tot een kleine groep collega’s, een familie eenheid, een klaslokaal of buurtbewoners. Daarbij is het overigens wel van belang dat de omstanders, de vervolgers dus, wérkelijk geloven dat iemand of een groep schuld heeft aan de crisis, hoe ongeloofwaardig zulke beschuldigingen (voor ons) achteraf ook lijken.

Indifferentatie is eigenlijk de haard waarbinnen een gewelddadig vuurtje kan aanwakkeren. Teveel sociale gelijkheid (in tegenstelling tot ongelijkheid) is een indicatie dat er een zondebok aan te pas moet komen om de spanningen te neutraliseren. Die spanningen zijn namelijk ook inherent aan sociale gelijkheid. Gelijkheid betekent -naast heel veel andere dingen- dat we elkaars gelijke én elkaars rivaal worden, dat is niet om vol te houden. Denk maar aan klaslokalen met kinderen die elkaar pesten, pesten op de werkvloer, multicuturele spanningen. Afhankelijk van hoe gelijk je een samenleving zou willen typeren, is er een verband met het ontstaan van een crisis die uitmondt in (dreigend) geweld. Communistische regimes laten dit in hun zuivere vorm zien. Andere klassieke voorbeelden van zondebokken zijn: heksen, Christenen (de Romeinen beschuldigden ze bijv. van cannibalisme), Joden, ketters, melaatsen, homoseksuelen, gevallen popsterren, verdreven koningen, vrouwen, Tutsis in de Rwandese genocide, etc. etc. Hoe die beschuldigingen soms tot stand zijn gekomen, joost mag het weten.

Wetenschappelijk rationalisme heeft het geloof in irrationele causale relaties min of meer vernietigd en daarmee allerlei valse beschuldigingen en vervolgingen. Echter, de mimetische besmetting die de rede overheerst is daarmee slechts ingehouden, niet vernietigd. Rivaliteit, angsten en de escalatie van mimetische begeerte bestaan -zelfs- ook in gerationaliseerde samenlevingen, en misschien wel met meer venijn, omdat in onze tijd veel rituelen, verboden en taboes die de begeerten moesten intomen zijn verdwenen. Hiermee is ook meteen het ‘nut’ van taboes aangetoond. Daarover een ander keertje meer…

 

 

 

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.