Berlin represents the process of discovery

Sommige zinnen laten zich alleen in het Engels uitdrukken, of in een taal die ik niet beheers, maar dat moet een ander mij dan maar vertellen. Het is ontmoedigend om te denken aan alle woorden die ik hier in Berlijn nog moet leren. Ik probeer elke avond in bed een uurtje Duits te lezen.  Een boek dat zich daar goed voor leent is ‘Sterben’, de Duitse vertaling van Knausgårds eerste deel, ‘Vader’ uit zijn autobiografische reeks ‘Mijn Strijd’. Want ik ken het verhaal en het is heel vloeiend geschreven.  In de oorspronkelijke Noorse versie heeft het eigenlijk geen titel, maar heet gewoon ‘Første bok’ (eerste boek). De titel is gegeven aan de reeks zelf: ‘Min Kamp’. Maar laten we het niet -weer- over Knausgård hebben. Of toch wel, nog even. Vanochtend gooide ik hete koffie over mijn bureau heen. Over de dikke ‘Vader’.

Ik rende naar de badkamer met het boek, keek nog vlug in de wasmand of ik een handdoek zag, maar pakte toen vlug een schone en wikkelde het boek erin. Ik depte de zijkant en een paar bladzijden en legde het op de commode in de gang, open op de plek waar het van binnen ook bruin was, om te drogen. Toen pas zag ik dat mijn mobiele telefoon nog in de koffie lag, en dat de printer onder de druppels zat. Haastig droogde ik alles af, gelukkig was er door het leren hoesje van mijn telefoon niets naar binnen gelekt. Ik maakte het hele bureau en de printer schoon en zette nieuwe koffie. De buik van mijn geliefde boek was nu getatoeëerd met koffievlekken, en het rook er ook naar. Ik probeerde er een positieve wending aan te geven: het boek had een echt leven. Net als onze eettafel, die zat ook vol met krassen, viltstift vlekken en deuken. Soit.

Een echt leven was goed. Dat was tenminste een beetje meer waar, vol koffievlekken en deuken. Maandagochtend bezeerde ik mijn voorhoofd aan het keukenkastje. Mijn zoon Thom (5) wees me aan het ontbijt op het bloed boven mijn wenkbrauw. Ik voelde eraan en dat voelen was met je eigen bloed altijd vreemd, want het koude vocht kleefde tussen je vingers en liet je altijd even schrikken als je de kleur eenmaal zag. Ik had een echte deuk, maar nu, vier dagen later, was het een keurig korstje geworden. Berlijn vertegenwoordigt voor mij het proces van ontdekking. Deze zin in het Engels komt van filmmaker David Lynch, die het over Polen zei. Een Amerikaan met een lang creatief leven die naar Polen moest om iets te ontdekken? Ja, het kan zo simpel zijn als een land, een stad, een nieuwe straat.

Als je gedachten steeds oplopen tegen dezelfde voorwerpen, mensen en achtergrond, zelfs eenzelfde lucht, dan blijven die gedachten ook dezelfde. Ik denk dat Lynch dat bedoelt en dat Polen zijn gedachten verder heeft laten lopen. Ongehinderd, omdat er geen of veel minder referentiepunten zijn waar ze op blijven hangen, zoals bekenden bij elkaar blijven hangen op straat, of dieren bij een bepaalde boom, bij elkaar, op hun territorium. Gedachten zoeken het liefst weerstand op, zodat ze daar kunnen stoppen en zo hervinden wat ze al wisten. Mensen willen graag weten wat ze al weten. Evolutionair is het beter niet van gedachten te wisselen over dingen, omdat je zekerheid over de werkelijkheid nodig hebt om te overleven.

Ik begrijp nu beter dan vroeger waarom mensen reizen en met vakantie gaan, eruit willen, verhuizen, emigreren. Ze willen op andere gedachten worden gebracht, de ramen in hun hoofd open zetten. Maar het is meer dan ontspanning, het is paradigma schifting. In Berlijn kon ik ontdekken wat er al was maar zich niet liet zien. Zoals het was in het vertrouwde leven in Amsterdam, in het leven dat zich zou voortzetten zonder schrammetjes, of nou ja, grote vraagtekens in elk geval.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.